|
Actuele thema's en recente initiatieven |
Vrouwen
met een gynaecologische kanker hebben recht op de beste behandeling
(Artsenkrant 26/03/2010)
Iedere vrouw die te horen krijgt dat ze een gynaecologische kanker heeft, wordt getroffen in haar diepste gevoelens. Vaak wordt haar lichaam gemutileerd door een borstamputatie, of de wegname van de baarmoeder, eierstokken of schaamlippen. Later is er vaak nood aan hormonale behandeling, chemotherapie of nieuwere medicamenten met verlies van haar en wenkbrauwen, of een voor iedereen zichtbare huiduitslag tot mogelijk gevolg. De therapie zal haar vaak in een vervroegde menopauze brengen, haar de mogelijkheid tot zwangerschap ontnemen, of haar seksueel leven ondermijnen.
Talrijke studies hebben aangetoond dat een behandeling van vrouwen met een gynaecologische kanker door een specialist in de gynaecologische kankers (gynaecologisch oncoloog) niet alleen leidt tot een betere overleving maar ook tot een betere levenskwaliteit. In sommige landen zoals in Noord-Amerika en Scandinavië zijn gynaecologisch oncologen reeds meer dan 30 jaar erkend. Toch blijven in België de opeenvolgende ministers van Volkgezondheid talmen en worden gynaecologisch oncologen nog niet erkend. De erkenning werd in België wel geregeld voor de medisch oncologen, en oncologen van het longstelsel en maag-darmstelsel.
Gynaecologische kankers komen nochtans zeer vaak voor. In België wordt meer dan één vrouw op de zeven erdoor getroffen. Voor de gynaecoloog staat de patiënte, de vrouw, centraal en betracht de gynaecoloog de holistische benadering van haar persoon zowel in haar gynaecologische als haar verloskundige problematiek. De opvang van vrouwen met een gynaecologische kanker is voor de gynaecoloog hier integraal deel van. Het is de gynaecoloog die de preventie leidt, meestal de kanker vaststelt en, als specialist van de aandoeningen van de gynaecologische organen, best geplaatst is om de behandeling uit te voeren of te coördineren in samenwerking met andere specialisten, de huisarts, psychologen, verplegenden, kinesisten,...
In vele landen (Verenigde Staten, Canada, Duitsland, Oostenrijk, Italië, Portugal, Tsjechië, Noorwegen, Zweden, Finland, Slowakije, Polen, Japan, China, Taiwan, Australië, …) staat de gynaecologisch oncoloog niet alleen in voor operatie van de patiënte maar ook voor de medicamenteuze behandeling. Dat heeft het voordeel dat de patiënte begeleid wordt door een arts die zich volledig toelegt op de behandeling van vrouwen met gynaecologische kankers, en die door zijn/haar basisopleiding tot gynaecoloog alle aspecten het beste kent. Daarenboven heeft de vrouw nood aan een vast anker die haar begeleidt door deze moeilijke periode.
We pleiten hier niet om de behandeling van vrouwen met gynaecologische kankers enkel toe te vertrouwen aan één beroepsgroep. Nee, in het kader van de oncologische zorgprogramma’s die in België uitgebouwd werden, is een multidisciplinair overleg voorzien voor alle patiënten.
Wel pleiten we ervoor dat vrouwen met gynaecologische kankers niet alleen geopereerd worden door gespecialiseerde gynaecologische oncologen, maar dat ook de medicamenteuze nabehandeling kan gecoördineerd worden door de hiertoe opgeleide gynaecologisch oncoloog die een integraal zorgpakket kan aanbieden aan de vrouw met gynaecologische kanker, uiteraard in samenwerking met de andere disciplines. Iedere vrouw in België met een gynaecologische kanker heeft hier recht op!
Dr. Yolande Avontroodt, volksvertegenwoordiger (OpenVLD)
Prof. Dr. M. Temmerman, senator (sp.a)
Dr. Daniel Bacquelaine, volksvertegenwoordiger (MR)
Dr. George Dallemagne, volksvertegenwoordiger (CDh)
Dr. med. Vic Anciaux, erevoorzitter Vlaamse Liga tegen Kanker
Dr. Louis Ide, senator (N-VA)
Prematuriteit is het vergeten kind van ons volksgezondheidsbeleid
In België worden 7,4% van alle pasgeborenen te vroeg geboren en 1 a 2% wordt voor de 32e zwangerschapsweek geboren (2 maanden te vroeg). Ons land is, volgens de European Foundation for the Care of Newborn Infants (EFCNI), één van de Europese landen waarin het percentage vroegtijdige geboorten het hoogst ligt, samen met Oostenrijk, Duitsland en Spanje.
Indrukwekkende cijfers, vond ik. Samen met mijn collega’s mevrouw Gerkens (Ecolo) en mevrouw Detiège (Sp-a) vonden we dat een debat over de aanpak van prematuriteit nodig was. We beslisten om een Ronde Tafel ‘Vroeggeboorte’ te organiseren met heel wat ouders en specialisten.
De achtergrond
In België zijn er heel wat punten voor verbetering vatbaar: ontbreken van een globale aanpak, administratieve moeilijkheden, weinig of geen centralisatie van de gegevens, beperkte preventie over de complicaties van prematuriteit op de gezondheid, etc.
Op vlak van het zenuwstelsel zijn de aandoeningen aanvankelijk klein. Naarmate het te vroeg geboren kind ontwikkelt, kunnen er wel ernstige neuro-motorische en cognitieve afwijkingen ontstaan. Deze aandoeningen leiden tot leerproblemen op school, moeilijke gezinssituaties, etc.
De 32-35 weken zijn slecht beschermd
De grote ademhalingsproblemen en deze van het zenuwstelsel kunnen beperkt en/of verminderd worden dankzij een betere preventie en opvolging van deze baby’s. Op vlak van de ademhaling moeten deze kinderen bepaalde externe factoren vermijden zoals rook en besmette mensen (broers en zussen, crèche, etc.). Prematuren geboren tussen de 32e en 35e zwangerschapsweek worden het meest blootgesteld aan infecties van de longen en luchtwegen omdat ze sneller dan extreme prematuren uit het ziekenhuis worden ontslagen. Bovendien zijn ze niet beschermd tegen het RSV omdat ze nog niet beschikken over een toegang tot de terugbetaling van de preventieve behandeling tegen bronchiolitis, ook al maken ze deel uit van de risicogroep. Er heerst dus momenteel een leeftijdsgebonden discriminatie.
Ook de opvolging op korte, middellange en lange termijn (ideaal tot aan het einde van de lagere school) is niet uniform en wordt niet terugbetaald. De geboorteplaats van het kind definieert tot op vandaag de zorgen en opvolging waarvan het kind kan genieten. Op neurologisch vlak is de multidisciplinaire opvolging over een lange termijn (pediater, neuroloog, kine, psycholoog, etc.) essentieel om signalen van mogelijke neurologische gevolgen op te sporen en een tijdige behandeling te garanderen.
Onze aanbevelingen
Om deze situatie aan te pakken hebben we aanbevelingen op korte en lange termijn geformuleerd in vier thema’s: de registratie, de opvolging, concreet te ondernemen acties en de administratie en organisatie. Bovendien hebben we een voorstel tot resolutie ingediend om een snel en concreet antwoord te bieden aan prematuren en hun gezinnen en de prangende situatie efficiënt aan te pakken. Deze bevat drie acties die op korte termijn opgezet kunnen worden:
1. Het implementeren van een uniform registratiesysteem van de vroegtijdige geboortes,
2. Het implementeren van een uniform multidisciplinair en systematisch opvolgingssysteem,
3. De optimale preventie tegen ernstige infecties bij prematuren garanderen dankzij de uitbreiding van de preventieve behandeling tegen bronchiolitis en een betere informatie van ouders over externe favoriserende factoren.
Deze Ronde Tafel mee organiseren was als een stem geven aan de stille minderheid, aan de prematuren. Ik kijk uit naar de debatten over dit thema en hoop dat de stem van de prematuren gehoord zal worden.
Persmededeling 22 februari 2010
Graag actieplan op maat voor jongdementie
Yolande Avontroodt en Hilde Vautmans (Open VLD) en Christine Van Broeckhoven (sp.a) vragen meer aandacht voor jongdementie
Wanneer we dementie zeggen, denken we aan ouderen. Maar ook jongeren kunnen getroffen worden door verschillende vormen van dementie, zoals Alzheimer, frontaalkwabdementie, of dementie ten gevolge van een beroerte, enz. Wetenschappers schatten dat er in België ongeveer 3.000 tot 11.000 patiënten zijn. Gezien de grote onbekendheid van deze groep patiënten is het beleid niet afgestemd op jongeren met dementie. Open Vld en sp.a willen hierin verandering brengen en vragen met een resolutie in de Kamer van Volksvertegenwoordigers dat het beleid zich ook specifiek zou richten op de behandeling en opvang van jongdementerenden.
“We zetten onze strijd voor deze ziekte van de 21ste eeuw voort. Dementie heeft een enorme impact op de patiënt maar ook op zijn omgeving. De hersenen takelen af en er ontstaan gedrag- en geheugenstoornissen. Hiermee omgaan is niet altijd even eenvoudig, zeker niet voor jonge, actieve gezinnen,” verduidelijkt Yolande Avondtroodt (OpenVLD). “Concrete ondersteuning en begeleiding zijn belangrijk en moeten dringend een plaats krijgen in het gezondheidsbeleid. Het kan jonge gezinnen de kans geven om op een positieve manier om te gaan met jongdementie in hun familie.”
“Mensen met jongdementie waarvoor geen thuisverzorging meer mogelijk is, verblijven in zorgcentra waar ze terecht komen bij oudere personen, doorgaans 85-plussers. Zij beschikken niet over specifieke programma’s om met deze doelgroep om te gaan,” zegt Hilde Vautmans. “Personen met jongdementie willen andere klemtonen leggen in hun zorgaanbod, zoals hulp bij boodschappen, juridische ondersteuning en een begeleidingsaanbod dat veel actiever is doordat men fysiek vaak nog veel beter is.”
Jongdementie zit in een schemerzone en is, zelfs bij medisch personeel, vaak onbekend. “Wij vragen daarom dat kennis en informatie ontwikkeld wordt, zodat de diagnose sneller gesteld kan worden en het onbegrip kan weggenomen worden” zegt kamerlid en professor Christine Van Broeckhoven. “Een gezamenlijke resolutie moet deze problematiek onder de aandacht brengen. Een actieplan met een uitgebreid zorgprogramma voor jongdementie moet de ultieme doelstelling zijn.”
Noot:
De Werkgroep Jong Dementie van het Vlaams Expertisecentrum Dementie Vlaanderen
organiseert op 23 februari om 11.30 uur een minisymposium over jongdementie in
het Vlaams Parlement (De Schelp) waar zal ingegaan worden op de
wetenschappelijke aspecten van jongdementie. Christine Van Broeckhoven, die lid
is van deze werkgroep zal de beleidsaanbevelingen samenvatten. Ook de ministers
Vandeurzen en Onkelinx zullen hun beleid rond dementie toelichten.
10 jaar partnerschap voor zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen in Europa.
Een zeldzame ziekte is een levensbedreigende aandoening waarbij de patiënt een handicap heeft en chronische hinder ondervindt van een grote verscheidenheid aan symptomen. Daarenboven spreken we pas van een zeldzame ziekte als ze voorkomt bij niet meer dan 5 personen op 10000. Voor de behandeling zijn slechts een zeer beperkt aantal dure geneesmiddelen beschikbaar. Men verzamelt deze geneesmiddelen onder de naam weesgeneesmiddelen.
Dankzij de vooruitgang van het wetenschappelijk onderzoek blijven de diagnoses en therapieën verfijnen. Hierdoor ontdekken artsen wereldwijd wekelijks wel een nieuw zeldzaam syndroom. In totaal zijn er 7000 verschillende zeldzame aandoeningen beschreven. Meer gekende zeldzame ziekten zijn ondermeer: Huningthon, Fabry, mucovisidose, hersentumoren en progeria. Deze laatste ziekte wordt gekenmerkt door snelle veroudering bij kinderen.
Een belangrijke motor voor het debat van de zeldzame ziekten is de European Platform for Patient Organisations, Science and Industry, kortweg EPPOSI. Vertegenwoordigers uit alle EU landen, zorgverstrekkers en patiënten nemen deel aan de 10de EPPOSI conferentie over de zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen in aanwezigheid van Astrid, Prinses van België. Het is reeds de tweede maal dat de EPPOSI conferentie plaatsvindt in De Kamer van Volksvertegenwoordigers.
In haar openingstoespraak van de 10de EPPOSI conferentie roept Yolande Avontroodt op tot aandacht voor de ruim 65000 Belgen die lijden aan een zeldzame ziekte. Ook zij verdienen de best beschikbare behandeling en therapie in de strijd tegen hun aandoening. Daarnaast geeft zij een overzicht van de maatregelen die voortvloeien uit haar resolutie die begin 2009 werd aangenomen.
Persmededeling
19 december 2009
Open vld
Kopenhagen
is gemiste kans
De internationale klimaattop in Kopenhagen is een gemiste kans. Dat zegt Open Vld-voorzitter Alexander De Croo. "We moeten nu vanuit Europa meer dan ooit de kar trekken om zo snel mogelijk te komen tot bindende afspraken. Bovendien moet Vlaanderen één van de Europese koplopers worden in groene innovatie. En dat wordt het niet door te besparen op innovatie."
Het resultaat van de Klimaattop van Kopenhagen is enkel een vage intentieverklaring. Eigenlijk is er geen akkoord, laat staan een goed akkoord. Voor de internationale publieke opinie is de aanpak van de klimaatproblemen vandaag een topprioriteit. Open Vld is ervan overtuigd dat de internationale leiders dan ook niet anders zullen kunnen dan uiteindelijk toch de publieke opinie te volgen. Alexander De Croo: "De volgende maanden moet dan ook alles op alles gezet worden om zo snel mogelijk tot een echt akkoord te komen.
Uiterlijk tegen de volgende klimaattop in december 2010 in Mexico moet er een juridisch bindend akkoord op tafel liggen. Het is aan de Europese Unie om daarin een voortrekkersrol te spelen. Want als Kopenhagen één ding leert is dat als Europa de kar niet trekt, er maar weinig vooruitgang wordt geboekt."
De hele wereld zal de komende jaren technologische innovaties nodig hebben die helpen onze co2-uitstoot aanzienlijk te beperken zonder daarom welvaartsverlies te lijden. Wie vandaag dus de kaart trekt van innovatie en wetenschappelijk onderzoek plukt daar morgen de vruchten van, zowel op ecologisch als op economisch vlak.
"Vlaanderen heeft die technologisch know-how in huis en kan een belangrijke rol spelen. De ontwikkeling van nieuwe groene technologie helpt niet alleen het klimaat, het geeft ook een economische impuls. Vlaanderen moet de absolute ambitie hebben een van de Europese koplopers te worden in groene innovatie. En dat wordt het niet wanneer het bespaart op innovatie," aldus Alexander De Croo.
Persmededeling
29 Oktober 2009
Sofie STAELRAEVE & Yolande AVONTROODT
World Stroke Day vandaag: Nood aan meer ondersteuning hersentrombose-patiënten
Naar aanleiding van ‘World stroke day’ vandaag vragen Kamerleden Yolande Avontroodt en Sofie Staelraeve ondersteunende maatregelen voor beroertepatiënten. Onder meer de erkenning en ondersteuning van beroertezorgeenheden moeten in ruil komen voor het recent terugschroeven van de terugbetaling van het geneesmiddel Plavix.
Sinds 21 oktober wordt het geneesmiddel Plavix voor patiënten met een beroerte of hersentrombose niet meer terugbetaald. Nochtans kan dit vele levens redden. Jaarlijks worden in België 19 000 mensen getroffen door een trombose. 11 000 van hen sterven of blijven permanent invalide.
Nu Plavix niet meer wordt terugbetaald, vragen de Open Vld Kamerlden dat minister Onkelinx de beroertepatiënten dan tenminste op een andere manier ondersteunt. Want wie met een beroerte geconfronteerd wordt, krijgt vaak te kampen met sociaal isolement, financiële onzekerheid en gebrek aan praktische begeleiding. ‘De erkenning en ondersteuning van beroertezorgeenheden in ziekenhuizen en de promotie van trombolyses zijn twee maatregelen die hoog nodig zijn’, zegt Staelraeve.
Slechts 2 procent van de patiënten met een beroerte worden in België met trombolyse behandeld. Nochtans is trombolyse de enige doeltreffende acute behandeling die de handicap na beroerte kan verminderen. ‘Helaas: deze behandeling wordt bijna niet gebruikt omdat er geen ondersteuning is voor de artsen die deze behandeling toepassen’, licht Avontroodt toe.
‘Bovendien zien we dat de terugbetaling van Plavix voor cardio-patiënten net werd uitgebreid. Hoe terecht die uitbreiding ook moge zijn: beroertepatiënten mogen daardoor niet om louter budgettaire redenen uit de boot vallen’. Staelraeve, die ook in haar eigen omgeving met de gevolgen geconfronteerd werd, neemt het daarom samen met collega Avontroodt op voor patiënten met een hersenberoerte. Ze vragen de minister om de patiënten tenminste op een andere manier te ondersteunen.
Resolutie over geneesmiddelen voor kinderen
Veel geneesmiddelen worden gebruikt voor de behandeling van kinderen zonder dat deze medicijnen hiervoor specifiek werden onderzocht. Het ontbreken van aangepaste geneesmiddelen voor kinderen leidt tot problemen zoals inadequate doseringsinformatie waardoor de kans op bijwerkingen groter wordt of ondoeltreffende behandeling als gevolg van onderdosering. De Europese Unie erkent dit probleem. In 2007 is een Europese verordening in werking getreden waarmee Europa de ontwikkeling van deze geneesmiddelen wil stimuleren. Recent werd binnen het Europees Geneesmiddelenbureau een wetenschappelijk comité Pediatrie opgericht. Dit comité heeft reeds uitstekend werk geleverd maar heeft nood aan meer middelen. In mijn resolutie die op 4 juni 2009 werd gestemd, vraag ik aan de regering om in Europa aan te dringen om meer middelen ter beschikking te stellen zodat er, in het belang van onze kinderen, meer geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik kunnen ontwikkeld worden.
Actieplan voor het kind in het ziekenhuis
Het zorgprogramma voor kinderen zoals dit momenteel geldt, komt niet tegemoet aan de problemen die heersen in de ziekenhuispediatrie. Er moet dringend werk gemaakt worden van een totaalplan voor het zieke kind. Dat vraag ik in een resolutie die op 18 juni 2009 werd goedgekeurd door het parlement. Er moet ook verder werk gemaakt worden van de herwaardering van de ziekenhuispediatrie. Bijzondere aandacht is nodig voor de steeds toenemende noden in de kinder- en jeugdpsychiatrie.
Persbericht : Resolutie voor betere coördinatie en kadering van nanotechnologie
Nanotechnologie is een nieuwe benadering voor het begrijpen en beheersen van de eigenschappen van materie tussen 0,1 en 100 nanometer. Ter info, 1 nanometer (een miljardste meter) is de grootte van een kleine molecule.
De verwachtingen zijn hooggespannen. Yolande Avontroodt, voorzitter van het adviescomité Wetenschapsbeleid, licht toe: “vaak wordt beweerd dat de nanotechnologie, samen met de biotechnologie, zal zorgen voor de industriële revolutie van de 21ste eeuw. Met een grote impact op allerhande maatschappelijke en economische sectoren tot gevolg. Ik denk daarbij aan de medische technologie, de ecologie (zonnecellen,..) en de informatietechnologie.”
Een langetermijnvisie heeft de ontwikkeling van nanotechnologie in de VS versneld. Eén van de cruciale verschillen tussen de EU/België en haar belangrijkste concurrenten is dat in Europa onderzoek en ontwikkeling relatief versnipperd dreigen te geraken. Bovendien zijn de O&O programma’s van onze belangrijkste concurrenten beter gecoördineerd. “Opdat België en de EU kunnen blijven concurreren is een betere afstemming en coördinatie nodig op het niveau van de federale overheid en de gemeenschappen en dit binnen het door de EU aangegeven kader” zo zegt Avontroodt nog.
In haar voorstel van resolutie reikt ze een aantal elementen aan voor een betere coördinatie en kadering van nanotechnologie:
- Een betere coördinatie van de onderzoeksprogramma’s en meer investeringen zijn noodzakelijk om ervoor te zorgen dat België internationaal kan meetellen.
- De vraag naar onderzoekers en technici met vakoverschrijdende kennis zal sterk stijgen.
- Maatschappelijke aspecten zijn sleutelfactoren voor een verantwoorde ontwikkeling van nanotechnologie. Het vertrouwen van het publiek en van investeerders is cruciaal.
- O&O in de nanotechnologie moet zich concentreren op enkele speerpunten en een duidelijke focus hebben op innovatie met meetbare en grote economische en ecologische impact.
Yolande Avontroodt en haar mede-indiners Marc Verhaegen (CD&V), David Clarinval (MR), Jean Cornil (PS), Christine Van Broeckhoven (SP.A) en Brigitte Wiaux (cdH) zagen dat het voorstel tot resolutie door alle partijen goedgekeurd werd. Enkel Ecolo onthield zich.
"Uiteindelijk moet het de bedoeling zijn dat deze en andere thema's en acties deel uitmaken van een globaal nanoplan naar analogie met het buitenland. Met 'smaller technology' meer mogelijk maken dus. Het lijkt tegenstrijdig maar het is mogelijk. Dit voorstel is een aanzet tot de economische stimulans en zuurstof voor de economie in ons land" besluit Yolande Avontroodt.
Screening op prostaatkanker toch zinvol ?
Sinds 1990 neemt Antwerpen deel aan een Europese studie voor vroegopsporing van prostaatkanker. Acht landen namen deel aan deze studie. Concreet gaat het om 182 000 mannen, waarvan 10 000 uit Antwerpen. Voor België werd de studie gecoördineerd door prof. dr. Louis Denis, directeur van het OCA. Naar aanleiding van de viering 10 jaar Oncologisch Centrum Antwerpen (OCA) werden de eerste resultaten van deze studie voorgesteld.
Prostaatkanker is de meest voorkomende kanker bij mannen in Vlaanderen en ook in de Europese Unie. Het is in Vlaanderen de derde doodsoorzaak door kanker bij mannen, na long- en dikkedarmkanker.
De resultaten van de studie zijn opmerkelijk. Totnogtoe ging men er veelal van uit dat screening geen zin heeft voor prostaatkanker. De resultaten van de studie spreken deze stelling tegen : screening van mannen tussen 55 en 69 jaar zou de sterfte door prostaatkanker met 20% kunnen reduceren. De onderzoekers wijzen er echter ook op dat een gedeelte van de kankers die door de screening gevonden worden kunnen betiteld worden als zogenaamde ‘slapende kankers’. Dit zou men kunnen zien als overdiagnose en is een onvermijdelijk gevolg van screening. Dit probleem zal ik aankaarten bij de minister van Volksgezondheid om ervoor te zorgen dat de juiste informatie hieromtrent beschikbaar is voor artsen en patiënten die hiermee geconfronteerd worden.
De geneeskunde van de toekomst : op maat van de patiënt
De gentechnologie doet nieuwe mogelijkheden ontstaan voor de behandeling van ziekten en opent perspectieven voor een gepersonaliseerde geneeskunde; dit is een geneeskunde op maat van de patiënt : het juiste geneesmiddel, op het juiste moment, aan de juiste dosis, voor de juiste patiënt. Er zullen geneesmiddelen gecreëerd worden met minder of geen bijwerkingen en een verhoogde effectiviteit want afgestemd op het individueel genpatroon van elke individuele patiënt. Men verwacht dat de patiënt van de toekomst zal gediagnosticeerd en behandeld kunnen worden op basis van de informatie die voortkomt uit zijn genomisch profiel.
De gepersonaliseerde geneeskunde staat nog in de kinderschoenen. We hebben reeds heel veel nieuwe kennis in kaart gebracht maar er is nog een lange weg af te leggen. Alle betrokkenen moeten samengebracht worden om te kijken hoe onderzoeksresultaten sneller en efficiënter kunnen vertaald worden naar concrete toepassingen en innovatieve strategieën voor preventie, diagnose en behandeling van ziekten. Als maatschappij staan we hier voor grote uitdagingen maar ook voor moeilijke vraagstukken. We worden geconfronteerd met gemengde gevoelens : enerzijds enthousiasme over de nieuwe mogelijkheden maar anderzijds ook angst voor de potentiële gevaren. De vragen die hieruit voortvloeien voor de toekomst moeten kritisch worden bekeken en besproken met alle betrokken partijen. Een maatschappelijk debat is noodzakelijk. Als voorzitter van het parlementair Adviescomité voor Wetenschappelijke en Technologische vraagstukken heb ik dit punt op de agenda geplaatst. Met het adviescomité willen we dat het wetenschappelijk onderzoek hieromtrent verder versterkt wordt.
‘Brain Awareness Week’ wil meer onderzoek naar hersenaandoeningen
Van 16 tot 22 maart 2009 vindt in 76 landen de ‘Brain Awareness Week’ plaats. Het is een wereldinitiatief om op te roepen voor meer onderzoek naar hersenaandoeningen. In België lijdt bijna één persoon op drie aan een hersenziekte en de kostprijs beloopt meer dan 11 miljard euro per jaar. Ondanks het enorme belang van de hersenaandoeningen wordt het onderzoek over de hersenen totaal verwaarloosd. De Belgian Brain Council, een multidisciplinair platform voor uitwisseling en bezinning, organiseerde op 17 maart een symposium in het federaal parlement over hersenaandoeningen. Op 6 maart 2008 keurde het parlement mijn resolutie goed waarin een aantal essentiële aanbevelingen worden geformuleerd die moeten opgevolgd worden willen we enig succes boeken in de strijd tegen hersenaandoeningen.
Gratis vaccin tegen baarmoederhalskanker in Vlaanderen
Vanaf 2010 zal Vlaanderen aan alle 12-jarige meisjes een gratis vaccinatie tegen baarmoederhalskanker aanbieden. Dit zal via de scholen gebeuren.
Vanaf november 2007 werd de vaccinatie reeds terugbetaald voor meisjes tussen 12 en 15 jaar. Dit betekende echter dat de ouders nog steeds een remgeld van 30 euro zelf diende te betalen.
Vanaf volgend jaar wordt de vaccinatie dus volledig gratis voor Vlaamse meisjes. De Franse Gemeenschap is geen vragende partij en dus geldt de regeling enkel voor Vlaanderen.
Resolutie zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen goedgekeurd
Op donderdag 19 februari keurde de Kamercommissie Volksgezondheid mijn voorstel van resolutie goed betreffende een actieplan inzake zeldzame aandoeningen en weesgeneesmiddelen.
Men spreekt van een zeldzame aandoening of weesziekte als minder dan vijf personen op 10 000 aan de ziekte lijden. Vaak gaat het om levensbedreigende of chronische ziekten.
De meeste zeldzame ziekten zijn onvoldoende gekend door de zorgverstrekkers. Dit kan leiden tot verkeerde of laattijdige diagnoses wat op zijn beurt bron is van veel leed voor de patiënt en zijn familie. Het gebrek aan informatie leidt ertoe dat patiënten die lijden aan een weesziekte niet altijd de beste zorgen toegediend krijgen.
Weesgeneesmiddelen richten zich per definitie tot een klein aantal patiënten per ziekte. De ontwikkeling van weesgeneesmiddelen is niet evident omwille van de complexiteit van de ziekten en het beperkt aantal patiënten. Ze zijn doorgaans ook bijzonder duur.
In mijn resolutie vraag ik
aan de federale regering om een actieplan op te stellen om zeldzame ziekten
beter bekend te maken bij de zorgverstrekkers en het grote publiek en om de
ontwikkeling van weesgeneesmiddelen aan te moedigen en ze makkelijker
verkrijgbaar te maken.
lees
verslag plenaire zitting
Borstkankeropsporing steeds meer ingeburgerd
In het Vlaamse borstkankeropsporingsprogramma worden vrouwen van 50 tot 69 jaar sinds juni 2001 om de twee jaar uitgenodigd om een mammografie te laten nemen. De stijgende trend in alle provincies toont aan dat screening op borstkanker steeds meer ingeburgerd geraakt.
De opkomst varieert per provincie en binnen elke provincie per gemeente. De provincie Antwerpen haalt net het gemiddelde niet. Binnen de provincie Antwerpen is de deelname in de Logo’s Zuider- en Noorderkempen en Antwerpen Noord (waartoe Schilde behoort) boven het gemiddelde. Schilde bereikt slechts een participatie van 40%; de gemiddelde participatie in onze Logo bedraagt 46%.
De stijgende screeningcijfers zijn dus goed nieuws. Toch blijft er nog een lange weg af te leggen; Vlaanderen wil immers in 2012 75% van de vrouwen uit de doelgroep bereiken.
Europa screent onvoldoende op kanker
Kanker is de tweede doodsoorzaak in de Europese Unie. Het medisch weekblad ‘De Huisarts’ maakt melding van een recent rapport van de Europese Commissie over de mate waarin de EU-lidstaten screenen op kanker. Het onderzoek gaat over borst-, baarmoederhals- en dikkedarmkanker.
In 2007 werden zo’n 55 miljoen personen in Europa gescreend op deze drie vormen van kanker. Dat is meer dan ooit maar beduidend minder dan het streefcijfer van 125 miljoen dat de EU zichzelf had opgelegd. Bovendien past slechts 41 % van alle screenings in systematische en nationale programma’s. Enkel systematische screening volgens de internationaal afgesproken kwaliteitsnormen zorgt voor afdoende preventie.
Het rapport wijst erop dat slechts 22 van de 27 lidstaten een systematische screening kennen op borstkanker, slechts 15 screenen systematisch op baarmoederhalskanker en slechts 12 op dikkedarmkanker. België screent voorlopig enkel op borstkanker. Vlaanderen heeft echter recent het initiatief genomen een onderzoek te starten naar een systematische screening op dikkedarmkanker. Hiertoe werd in februari 2009 een proefonderzoek gestart in de gemeenten Schilde, Borgerhout en Vosselaar. In de komende maanden zullen alle inwoners uit deze gemeenten via de post een uitnodiging voor het proefonderzoek ontvangen
Voorstel van resolutie over nanotechnologie
Nanotechnologie is een nieuwe benadering voor het begrijpen en beheersen van de eigenschappen van materie tussen 0,1 en 100 nanometer : 1 nanometer (een miljardste meter) is de grootte van een kleine molecule. De nanoafmeting is bijzonder omdat de controle van individuele atomen en moleculen de ultieme beheersing van de materie en haar eigenschappen betekent. De verwachtingen zijn hooggespannen. Vaak wordt beweerd dat de nanotechnologie, samen met de biotechnologie, zal zorgen voor de industriële revolutie van de 21e eeuw. Ook wordt een groot impact verwacht op allerhande maatschappelijke en economische sectoren. Volgens sommigen is het de vraag of de nanowetenschappen hun beloften kunnen waarmaken; volgens anderen is de vraag wanneer ze voor grote doorbraken gaan zorgen. De uitdaging van deze eeuw zal zijn om de nanowereld te ontwikkelen en vooral om deze te verbinden met onze wereld.
Een langetermijnvisie heeft de ontwikkeling van nanotechnologie in de VS versneld. Eén van de cruciale verschillen tussen de EU/België en haar belangrijkste concurrenten is dat in Europa onderzoek en ontwikkeling relatief versnipperd dreigen te geraken. De O&O-programma’s van onze belangrijkste concurrenten zijn beter gecoördineerd. Opdat België en de EU kunnen blijven concurreren is een betere afstemming en coördinatie nodig op het niveau van de federale overheid en de gemeenschappen en dit binnen het door de EU aangegeven kader. In mijn voorstel van resolutie reik ik een aantal elementen aan voor een betere coördinatie en kadering van nanotechnologie.
Proefproject rond
darmkanker in Schilde
Dikkedarmkanker is één van de meest voorkomende en dodelijkste vormen van kanker. Effectieve methoden om deze vorm van kanker op te sporen bestaan reeds lang maar worden nog steeds niet algemeen toegepast. Nochtans is vroegtijdige opsporing en behandeling cruciaal. Een resolutie hierover van onze burgemeester en volksvertegenwoordiger Yolande Avontroodt werd reeds in 2005 unaniem in het federaal parlement goedgekeurd. Onze gemeente werd recent geselecteerd om deel te nemen aan een Vlaams proefproject voor het vroegtijdig opsporen van dikkedarmkanker.
Dikkedarmkanker is in Vlaanderen de derde meest voorkomende kanker bij mannen (13 % van de nieuwe gevallen van kanker), na prostaatkanker (30 %) en longkanker (17 %). Bij vrouwen is het de tweede meest voorkomende vorm van kanker (14 %) na borstkanker (37 %). Vandaag gebeurt er geen systematische screening naar dikkedarmkanker in Vlaanderen. Nochtans is er wetenschappelijke eensgezindheid over de effectiviteit van een systematische darmkankerscreening.
Recent werd onze gemeente geselecteerd om deel te nemen aan het eerste bevolkingsonderzoek.
De voorbereidingen van dit project zijn reeds van start gegaan. Het onderzoek zelf zal plaatsvinden in 2009 en in 2010 zal het project geëvalueerd worden.
Wat betekent dit nu concreet voor de inwoners van Schilde-’s-Gravenwezel ? Alle mannen en vrouwen tussen 50 en 74 jaar zullen worden opgeroepen om zich op darmkanker te laten testen middels het opsporen van bloedsporen in de stoelgang. Er zal hierbij een tweesporenbeleid gevoerd worden : een deel van de betrokken bevolkingsgroep zal een testkit thuis met de post ontvangen en een ander deel zal worden uitgenodigd om zich voor de test bij de huisarts aan te melden. In een tweede fase zal het omgekeerde gebeuren : de persoon die de testkist thuis ontving en niet reageerde, zal worden opgeroepen om naar zijn huisarts te gaan en wie niet reageerde op de oorspronkelijke oproep om naar de huisarts te gaan, zal een testkit thuis krijgen.
In samenspraak met de huisartsen en de artsen in onze gemeente willen we vooral de inwoners goed informeren en aansporen om aan dit onderzoek deel te nemen.
Na het installeren van de reanimatietoestellen (AED’s) en de acties rond borstkanker, zetten we nu een nieuwe stap om het label “Schilde, een gezonde gemeente” te verdienen.